Koele ontvangst voor een nuttige opruimer
Het zal weer eens niet: een capabel roofdier verkent op eigen pootjes nieuw terrein en sommige mensen schreeuwen meteen moord en brand. Arme goudjakhals! Gelukkig is dit intelligente neefje van de wolf heel erg voorzichtig. Hongarije heeft hij al veroverd. Nu Nederland nog.
Tijdens een winterwandeling door de velden achter mijn tanya staan mijn honden plotseling stokstijf stil. In opperste concentratie besnuffelen ze een paar plukken haar die midden op het pad liggen. Aan sommige van die plukken zitten nog stukjes vel. Oh jee, hier heeft duidelijk een drama plaatsgevonden.
De lengte en kleur van het gelige, ruige haar doen me in eerste instantie aan een wolf denken. Maar dat kan niet, want wolven leven in Hongarije alleen in de berggebieden in het noorden en ik zit hier in het uiterste zuiden…
Dan schiet het me ineens te binnen: goudjakhals! Die moeten hier zitten, maar ik heb er nog nooit eentje gezien. Ook niet gehoord. Ja, er klinkt ’s avonds en ’s nachts altijd wel ergens in de verte geblaf en gekef, maar dat zijn waarschijnlijk honden van dorpsgenoten.
“Ik zag er eentje vanmorgen!” Mijn nieuwe buurman Marcel weet het zeker. “Vanochtend vroeg maakte ik een wandelingetje en toen liep er verderop een jakhals. In een heel relaxed tempo, ik kon hem echt goed bekijken. Hij leek op een wolf, maar dan veel kleiner en met een spitse snuit. Een vos was het ook niet, want die heb ik vaak genoeg gezien en dit dier was duidelijk een stuk groter.”
Energieke opmars in de jaren negentig
Ik geloof Marcel op z’n woord, maar hoeveel kleiner dan een wolf is de goudjakhals dan precies? En hoeveel groter dan een vos? Voor dit soort gegevens is de website van De Zoogdiervereniging heel nuttig: jakhalzen zijn van snuit tot kont gemiddeld 1.20 tot 1.25 meter lang. Hun verrassend korte staart meet 20 tot 30 centimeter. Ze wegen hooguit 15 kilo.
De Europese wolf is met 1.60 meter, een staart tot 50 centimeter en een gewicht tot 50 à 80 kilo echt wel een stuk indrukwekkender van formaat.
En vossen zijn met een lengte van 50 tot 80 centimeter, een gewicht tot 8 kilo en een opvallend grote staart tot ongeveer 50 centimeter niet heel veel groter dan een flinke kat.
Bij alledrie zijn de mannetjes duidelijk groter dan de vrouwtjes.
In 1942 werd de goudjakhals in Hongarije dankzij kogels, gif en klemmen officieel tot uitgestorven diersoort verklaard, maar in de jaren 80 waren ze toch weer terug en in de jaren 90 zijn ze aan een energieke opmars begonnen. Inmiddels komen ze vrijwel overal in het land voor. Volgens sommigen heeft dat ook te maken met het feit dat wolven net zo hard werden verdelgd en de steeds mildere winters. Jakhalzen houden namelijk niet zo van wolven en sneeuw.
Hoezo invasieve exoten? Jakhalzen leefden altijd al in Europa
Vanuit Hongarije, Roemenië en Bulgarije breiden ze nu al een paar jaar hun leefgebied uit naar het westen en noorden van Europa. Naar schatting leven er inmiddels zo’n 150.000 goudjakhalzen in Europa, waarvan circa 60.000 in Hongarije.
In februari 2016 liet de eerste goudjakhals in Nederland zich vastleggen door een wildcamera op de Veluwe en in 2017 gebeurde dat nog eens. Daarna kwamen meldingen uit Drenthe, de Ooijplder bij Nijmegen, Zeist, Friesland, Stadskanaal, Lauwersoog en Overijssel.
Er zijn mensen die dan meteen groot alarm slaan en ‘invasieve exoten!’ beginnen te roepen. Maar dat is hier helemaal niet aan de hand. Jakhalzen hebben altijd in Europa geleefd. Uit fossiele resten blijkt dat de goudjakhals al in het late Pleistoceen (dus zo’n 12.000 tot 11.000 jaar geleden) vanuit Azië naar het Europees continent is getrokken. Dus dan mag je jezelf echt wel een inheemse diersoort noemen.
Anders dan wolven poepen jakhalzen discreet in de bosjes
Maar door hun uiterst voorzichtige gedrag viel het eigenlijk nooit zo op dat de jakhalzen altijd al onder ons waren. Ze zijn vooral ’s nachts actief en trekken zich overdag terug in zeer dicht struikgewas. En waar wolven vaak midden op hun eigen looppad een flinke drol achterlaten bij wijze van ‘kijk dan, dit ben ik en dit is mijn territorium, ruik maar’, poepen jakhalzen juist heel discreet in de bosjes.
Verder dachten mensen vroeger vaak dat ze een jonge wolf zagen, terwijl het toch echt een jakhals was. Wolf en goudjakhals lijken ook wel heel veel op elkaar. Maar los van het kleinere formaat kun je de jakhals ook herkennen aan zijn iets kortere poten, zijn veel spitsere snuit en naar verhouding vrij korte staart.
De wolf (Canis lupus) en goudjakhals (Canis aureus) zijn naaste familie van elkaar, in tegenstelling tot de vos (Vulpes vulpes). In principe zouden wolven en jakhalzen dus met elkaar kunnen paren. En tussen jakhalzen en (verwilderde) honden (Canis lupus familiaris) gebeurt dat ook wel eens.
Geen warme familiebanden
Maar van warme familiebanden tussen wolf en jakhals is bepaald geen sprake. Het schijnt dat wolven jakhalzen doden, omdat ze geen voedselconcurrenten in hun territorium dulden. In het noorden van Hongarije, waar de wolven leven, worden dan ook zelden sporen van jakhalzen gevonden. Territoria van wolven worden door goudjakhalzen actief gemeden.
Omgekeerd schijnen jakhalzen hetzelfde te doen met vossen: zonder pardon een kopje kleiner maken, zodat ze minder concurrentie hebben bij de jacht. Als er ergens goudjakhalzen komen wonen, neemt het aantal vossen in dat gebied vaak af. Maar zo hoeft het niet altijd te gaan…
Onderzoekers in het Duitse Ravensburg waren een paar jaar geleden juist getuige van een bijzondere vriendschap tussen een solitaire mannetjesjakhals en een vrouwtjesvos met jongen. Daar hebben ze in 2020 en 2021 met strategisch opgehangen wildcamera’s zelfs foto’s van kunnen maken, bijvoorbeeld deze:

De jakhals begroet hier zijn vossenvriendin en braakt even later voedsel op voor de drie welpen die achter haar aan het spelen zijn. De wetenschappers denken dat deze warme vriendschap voortkomt uit eenzaamheid van de jakhals. Er leefden op dat moment nog niet zo heel veel jakhalzen in Duitsland. Deze toegewijde bonuspapa is kennelijk een pionier die zich al permanent in dit gebied had gevestigd en voor de gezelligheid contact heeft gelegd met een vossenmoeder.
Gezelligheid zit er nogal ingebakken bij jakhalzen. Ze leven normaalgesproken in hechte familiegroepen, net als wolven. Zo’n groep bestaat uit vader en moeder jakhals, de jongen van dit jaar en de jongen van vorig jaar, die actief meehelpen bij de verzorging en bescherming van hun jongere broertjes en zusjes. Soms jagen ze ook in groepsverband.
Zijn jakhalzen gewoon efficiënter dan vossen?
Die onderlinge samenwerking tussen familieleden maakt dat jakhalzen van nature eigenlijk iets succesvoller zijn dan vossen. Vanaf oktober staan jonge vosjes die in de lente zijn geboren er meestal alleen voor in het leven, en dat loopt niet altijd goed af. Jakhalzen zijn gewoon wat efficiënter in het klaarstomen van hun kroost voor succesvol overleven in de grote boze buitenwereld.
Verder worden jakhalzen in het wild soms wel 14 jaar, terwijl vossen al blij mogen zijn als ze hun vierde verjaardag halen. Met het klimmen der jaren vergaren jakhalzen dus ook de nodige levenservaring en wijsheid, waardoor ze problemen en gevaren makkelijker omzeilen. Ze zijn heel schuw en vooral in het donker actief, waardoor de kans klein is dat ze een mens tegenkomen.
Net als de vos is de jakhals een echte opportunist, die eigenlijk overal kan leven. Overdag trekt hij zich het liefst terug in ondoordringbaar kreupelhout waar geen mens hem kan vinden, maar ’s nachts durft hij wel degelijk een dorp in te wandelen op zoek naar afval of loslopende kleine huisdieren.

In 2023 stelden wetenschappers in Oostenrijk zelfs vast dat er al jakhalzen in Wenen leven, een grote stad met veel parken èn veel afval. Net als de vossen die inmiddels al decennia lang met succes in Londen en andere Engelse steden leven, is de goudjakhals dus kennelijk een cultuurvolger.
Dat is eigenlijk best een goed idee, zowel voor mens als jakhals, want jakhalzen eten veel muizen en ratten. Ze lusten ook graag beverratten en muskusratten, wat voor Nederland interessant kan zijn.
Qua eten is een goudjakhals liever lui dan moe, dus hij richt zich vooral op de makkelijkste voedselbronnen. Hier in Hongarije is dat bijvoorbeeld slachtafval, dat door veel mensen gewoon in de natuur wordt gegooid.
Meer herten = meer jachtgeweren = meer slachtafval voor de jakhals
Sinds de jaren 80 is ook het aantal edelherten, damherten en reeën in Hongarije enorm toegenomen. Die worden dus ook in grotere aantallen bejaagd door menselijke jagers. Meestal worden deze geschoten dieren meteen al in het veld ontweid, oftewel: opengesneden en van hun ingewanden ontdaan. Die bloederige massa ruimen de jakhalzen ’s nachts graag netjes op.
Verder eten ze ook aangeschoten jachtwild, verkeersslachtoffers, reekalfjes en hertenkalfjes, hazen, konijnen, fazanten, patrijzen, eenden, koeten, ganzen, zangvogels, eieren, hagedissen, slangen, vissen, slakken, insecten, takken, blaadjes, gras, wortels, maïs, knollen en fruit.
Doordat ze veel slachtafval en ander aas eten, spelen jakhalzen een nuttige rol in het ecosysteem. Het opruimen van dode dieren verhindert de verspreiding van ziektes.
Natuurlijk lusten ze ook best een kip of een lammetje, maar over het algemeen veroorzaken goudjakhalzen veel minder schade bij vee dan verwilderde honden, vossen of wolven.
In 2021 werden 15.356 goudjakhalzen doodgeschoten
Toch is ook hier voorkomen beter dan genezen: wie dieren houdt, heeft niet alleen de verantwoordelijkheid om voor hun eten, drinken en gezondheid te zorgen, maar ook voor hun veiligheid. Kwetsbare dieren horen dus ’s nachts achter slot en grendel en ook een stoere waakhond -zoals hier in Hongarije de Komondor of Kuvasz– kan een hoop narigheid voorkomen.
De goudjakhals heeft in ieder geval aan een half woord genoeg. Als het hem ook maar een beetje moeilijk wordt gemaakt, snackt hij veel liever een muis.
Juist daarom kan ik er echt van wakker liggen als ik in de database van het Nationaal Hongaars Wildbeheer lees dat in 2020 maar liefst 12.126 goudjakhalzen zijn doodgeschoten. In 2021 zelfs 15.356 van deze prachtige dieren! En deze cijfers zijn alleen nog maar voor de comitaten Baranya, Somogy en Bács-Kiskun.
Nooit zal ik wennen aan de onverdraagzaamheid van mensen richting wilde dieren. Ik krijg er koude rillingen van. In andere Europese landen wacht de goudjakhals waarschijnlijk ook geen al te warm welkom. Dus het is maar goed dat Canis aureus zo ongelooflijk slim en voorzichtig is.
Iets nieuws geleerd of geïnspireerd? Met een kleine vrijwillige bijdrage via onderstaande waarderingsknop help je mij enorm om gemotiveerd te blijven schrijven. Bij voorbaat mijn innige dank!
Images: Zittende goudjakhals by Kudaibergen Amirekul | Goudjakhals met vossen by Felix Böcker, Hannah Weber, Janosch Arnold, Sebastian Collet & Jennifer Hatlauf | Goudjakhals in het gras by Adnan Bozkurt, alles via Wikimedia Commons.
